Bij Scouting zijn we het liefst veel buiten. Daarom kamperen we graag en veel. Samen kamperen of overnachten is dan ook een bijzonder en gezellig onderdeel van Scouting. Het kan bovendien ook uitdagend zijn. Voor de jongste leden is het best spannend om buiten de deur te logeren en de leden die er oud genoeg voor zijn merken bijvoorbeeld dat er flink wat komt kijken bij het koken van je eigen maaltijd.

Omdat goede voorbereiding de kans op een plezierige overnachting vergroot, besteden we tijdens de opkomsten vaak aandacht aan tenten opzetten, het samen gezellig hebben en houden enzovoort. Daarom geven we ook vaak reactie op materialen enz. bij ‘kleine’ kampen en overnachtingen, zodat we allemaal goed voorbereid zijn op de wat grotere kampen. Op deze pagina lees je een paar algemeenheden over Scoutingovernachtingen die goed zijn om te weten. 

 

Schermafbeelding 2023 09 30 om 08.11.44Op deze pagina:

 

 

 

 

Kamperen in tenten

Bij overnachtingen slapen wij, afhankelijk van de speltak, meestal in tenten. De (bege)leiding slaapt in een aparte tent, in principe maar afhankelijk van de leeftijdsgroep van de leden is dat dichtbij om ook ‘s nachts een ‘oortje’ in het zeil te houden.

We vinden het belangrijk dat alle leden goed met elkaar overweg kunnen en proberen zo min mogelijk sprake te laten zijn van de soms stereotype verdeling jongens/meisjes. Daarom doen we activiteiten in gemengde groepen en is de samenstelling van de ‘groepjes’ (nesten bij de Welpen, ploegen bij de Scouts) ook gemengd. In de praktijk betekent dit dat jongens en meisjes door elkaar heen in tenten slapen. Bijvoorbeeld op de RSW is dat het geval bij de Scouts, die met hun eigen (gemengde) ploeg één slaaptent en één keukendak gebruiken. Praktisch speelt hierbij ook mee dat we te weinig tenten hebben om elke ploeg twee tenten mee te geven. 

Sommige leden hebben behoefte aan meer privacy, bijvoorbeeld bij het omkleden. Daar komen we op hele pragmatische wijze aan tegemoet. Als wij hiervan op de hoogte zijn, is het geen enkel probleem dat een jeugdlid zich even elders alleen om gaat kleden. Bijvoorbeeld op de WC, in een materialentent o.i.d. Wij bieden deze mogelijkheid actief aan en als we merken dat één Scout of enkele Scouts hierdoor gaan ‘opvallen’ [in negatieve zin], vragen we aan álle Scouts om dit te doen.

 

Meenemen 

Belangrijk: bij Scouting gebruiken we het liefst een hikerugzak [dus geen koffer o.i.d.], óók als we overnachten bij ons eigen gebouw. Sowieso vanaf de scouts verwachten we dat iedereen een hikerugzak bezit en liefst zien we ook de jongste leden met een eigen rugzak verschijnen bij overnachtingen. De redenen hiervoor zijn simpel: bij een hike kun je niet zonder en hoe vaker je alvast een hikerugzak gebruikt, hoe meer je went aan zo’n ding op je rug en het in- en uitpakken ervan. Daarnaast zijn hikerugzakken in groepen het meest praktisch. Je houdt je handen vrij, de ondergrond (zoals bospaden) maakt niet uit en verplaatsen is makkelijker en sneller. 

Wat je nodig hebt aan materialen verschilt per gelegenheid. Een bagagelijst maken we meestal niet omdat het heel persoonlijk is wat en hoeveel je gebruikt. Soms geven we wel aan wat bijzonderheden zijn die je ook nodig hebt. Hieronder staat een lijstje van spullen die meestal sowieso handig zijn om in je hikerugzak te doen.

  • Je bestekzak. In een degelijke bestekzak zitten exact vijf onderdelen: mes, vork, lepel, bord en beker. That’s it. 
  • Twee oude theedoeken en een vaatdoekje. (Tja, een Scoutingovernachting is echt geen hotel).
  • Een (plastic) zak voor je vuile was. Doe daar tijdens je kamp alleen dingen in die droog zijn!
  • Zwemspullen komen vaak tijdens een Scoutingkamp van pas, óók als het niet persé zwemweer is.
  • Herbruikbaar drinkflesje en boterhammentrommeltje.
  • Stevige (hike)schoenen.
  • Warme (liefst waterdichte) [regen]jas en/of dun jasje.
  • Warme of koele slaapzak, eventueel lakenzak (we slapen soms onder de sterren!).
  • Slaapmatje (geen luchtbed, dit is meestal ijskoud door gebrek aan isolatie).
  • Zak- of hoofdlamp.
  • Al je gebruikelijke logeerspullen (kleding, persoonlijke hygiëne enz.), denk zelf even na wat je nodig hebt.
  • Iets te doen voor jezelf op ‘vrije’ momenten [puzzelboekje, leesboekje, eenvoudig [kaart]spel o.i.d.].
  • Zonnebrandcrème is vaak een must, ook in de lente en herfst. Denk ook aan anti-muggenspul, een zonnebril en petje en andere dingen om je te beschermen tegen ongedierte en warmte. 
  • Denk ook aan je Scoutfit en das! Deze heb je aan bij de start van de overnachting en tijdens gezamenlijke verplaatsingsmomenten tijdens kamp.

Drie handigheidjes om te onthouden:

  • Het weer is altijd goed, zorg dat je kleding dat ook is. Houd er rekening mee dat het ‘s nachts vaak afkoelt, zeker in de lente en herfst kan het temperatuurverschil tussen overdag en ‘s nachts groot zijn.
  • Het kan handig zijn om je spullen in je rugzak in (stoffen) zakken te groeperen. Alle broeken en shirts bij elkaar in de ene zak, alle ondergoed in een andere. Of voor elke dag een setje (sokken, onderbroek, broek, shirt) bij elkaar. Op die manier heb je maar een paar zakken in je rugzak in plaats van veel losse spullen door elkaar. Als elke zak een ander stofje heeft, vind je nóg sneller wat je nodig hebt.
  • Merk je spullen met je naam. Als je naar een landelijke of regionale activiteit gaat is het handig om daar ‘Scouting Voerendaal’ bij te zetten. En noteer ook ‘The Netherlands’ als je naar een internationaal Scoutingkamp gaat zoals bijvoorbeeld de Roverway of (Wereld) Jamboree.

 

Laat thuis

  • Snoep hoef je echt niet mee te nemen. Wil je toch graag iets meenemen, zorg dan dat het genoeg is voor iedereen. En lever het echt even in bij de leiding! Die zorgt voor een (h)eerlijke verdeling en voorkomt mieren in je tent.
  • Zakmes.
  • Vuilniszakken. Verpak je spullen niet in een vuilniszak want de kans is groot dat die bij het opruimen in de kliko terechtkomt. Dat is helaas al vaker gebeurd dan we willen. Bovendien is het verpakken in vuilniszakken geen duurzame optie.
  • Je telefoon, smartwatch en andere apparaten: tijdens hikes e.d. krijgt elke ploeg een noodtelefoon.
  • Zakgeld is meestal ook niet nodig. Als het dat wèl is geeft de leiding dat expliciet aan. Het is heel lastig om te bepalen wat een goede hoeveelheid zakgeld is voor bijvoorbeeld een kamp van een week. Om vervelende verschillen te voorkomen (de ene kan drie repen chocolade kopen, de ander maar één) stellen we daarom dat zakgeld thuis blijft.